ARTIST STATEMENT
Trienke Nieweg – Beeldende Kunst – AKV St. Joost Deeltijd-3
Expo 7 juni 2014 Willem II, Den Bosch

“Waarover men niet spreken kan, daarover moet men spreken….Want daarvan leeft de mens en daaraan sterft hij..” Luypen

Kunst gaat over contemplatie. In het menselijk bestaan is dit een kwetsbaar, subtiel en complex gebied en nauwelijks in taal te vatten. Kunst zegt niet iets, maar toont het onzegbare, dat wat zich in taal niet laat afbeelden. Maar kunst communiceert zeker wel, mijn kunst ook.
Ik streef in mijn werk naar een communicatie tussen het werk, de ruimte, de tijd en de toeschouwer; ze zijn met elkaar in wisselwerking en vormen samen een geheel.
Gewaarwording en Waarneming speelt een fundamentele rol in mijn werk al benader ik ze af en toe anders door andere metaforen te gebruikten of nieuwe associaties uit te proberen. Een belangrijke vraag hierbij is hoe ik me verhoud tot de filosofische en kunsthistorische onderbouwing en de ‘werkelijkheid’. Maar wat betekent ‘werkelijkheid’?
Mijn werk heeft vaak een minimalistische strategie en een ‘zuivere taal’ van abstracte basisvormen. Ik kies voor deze vormentaal omdat het abstracte zien (en voelen) ons kan raken zonder beïnvloeding van enige weten. Ik kies vaak voor zwart-wit-grijs en ritmische samenstellingen. Ze staan voor mij voor tijdloosheid en eindeloosheid. Als ik kleur gebruik is dit een bewuste keus. Kleuren en ook zwart-wit geven een directe visuele ervaring, maar worden ook met allerlei inhoudelijke aspecten geassocieerd
Materiaal is even belangrijk. Verschillende materialen hebben ieder een eigen fysieke en affectieve aanwezigheid. Ik wil dicht bij het materiaal blijven, ik moet. Ik wil me laten dirigeren door het materiaal en de eigenschappen van het materiaal respecteren en tonen.

Naast materiaal is de fysieke handeling van het maken, de suggestie van het performatieve, van belang.
Formeel bekeken is het uiteindelijke werk, een samenspel van oppervlakten, (niet) kleur, formaat, schaal, vorm, textuur, ruimte, tijd, licht en schaduw.
Ik streef ernaar om doelbewust een zekere vrijheid van beeldbeleving (en interpretatie) bij de toeschouwer te laten. Ik wil geen eindconclusies laten zien in mijn werk, ik geef een voorzetje maar de toeschouwer mag door middel van eigen gevoel en interpretatie(s) het werk zelf ‘afmaken’. Hierbij wordt de kijker uitgenodigd om de eigen verbeelding en bewustwording aan te spreken.
Mijn beeldobjecten zijn een samensmelting van het materiële en het immateriële. Hierbij is het van belang om het werk in een context te plaatsen en er een belang aan toe kennen. Kunstfilosofische en kunsthistorische gezichtspunten dragen bij aan het beeld, maar het beeld mag daarmee niet ten onder gaan aan de waarneming. Mijn verlangen gaat uit naar een beeld waarbij subject en object samenvallen.
Het belangrijkste van mijn werk is gelegen in de manier waarop het verschijnt.
Kunst is een staat van wording, een staat van ervaring.

“Waar over men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen” Witgenstein.